Meststoffen
Planten
bevatten fosfor, stikstof, zuurstof, calcium, kalium en magnesium. Om
te groeien onttrekken de planten deze stoffen aan de bodem, terwijl
de rest van de nodige stoffen via de fotosynthese (CO2
en H2O)
aangemaakt wordt. Daardoor wordt de bodem steeds armer aan deze
stoffen. Daarom voegt men aan de grond opnieuw meststoffen toe.
Gemodificeerde
zaden
Door
onderzoek van wetenschappers in de biochemie, weten ze nu dat zaden
veranderd kunnen worden zodat die meer opbrengen dan voorheen.
Bodembevochtigers
Door
specifieke stoffen (polymeren) te mengen met grond, kan men de
waterhuishouding van de landbouw beter regelen. Deze polymeren hebben
de eigenschap het water veel beter vast te houden. Zo kan men ook
zandbodems en woestijngronden met slechts een minimale hoeveelheid
water vruchtbaar maken.
Insecticiden
Een
plaats waar veel planten van een zelfde soort bijeenstaan is een
voedingsparadijs voor insekten. Aangezien nu die planten bedoeld
zijn voor de voeding van de mens en niet van zijn concurrenten, de
insecten, gebruikt de mens chemische stoffen om deze insecten uit te
schakelen zonder dat hij er nadeel van ondervindt
Feromonen
Wanneer
een landbouwer nadeel ondervindt van één bepaald
schadelijk insekt, kan hij gebruik maken van een lokstof gecombineerd
met gif dat enkel op dit diertje een uitwerking heeft. Deze
lokstoffen worden eerst in minieme hoeveelheden verzameld en de
structuur wordt bepaald. Daarna maken chemici de verbinding. Hiermee
kan bijvoorbeeld selectief één type rupsen van planten
weggehouden worden, zonder de andere (nuttige) insekten te storen.
Herbiciden
Onkruid
concurreert met de nuttige voedingsplanten voor de voedingsstoffen
van de bodem en belet de groei ervan. Ook bij het oogsten stoort dit
het werk van de mens. Daarom heeft men chemische verbindingen
ontwikkeld die het onkruid beletten te groeien, zonder dat de nuttige
planten er nadeel van ondervinden.