Home Chemie
Narrow screen resolution Wide screen resolution default color green color orange color

Onderzoek ...

Chemie is ....
 

Met steun van ...

de Vlaamse gemeenschap.
steun.gif
BASF
basf.gif
Chemie


Scheikunde of (Romaans) chemie is een natuurwetenschap die zich richt op de studie van samenstelling en bouw van stoffen, de chemische veranderingen die plaatsvinden onder bepaalde omstandigheden, en de wetmatigheden die daaruit te destilleren zijn.

Chemie is sterk verwant met de natuurkunde of fysica. De tak van wetenschap die beide verbindt is de fysische chemie. Ook met andere natuurwetenschappen zijn aan het grensvlak nieuwe disciplines ontstaan zoals de biochemie en geochemie.
Wat doet chemie met ons leven?     

Chemie speelt een belangrijke rol op aarde. De aarde bestaat uit organische en anorganische elementen.

Bij organische elementen moet men denken aan veel voorkomende elementen, zoals koolstofstructuren. Deze stoffen zijn essentieel voor dieren, planten bacteriën en schimmels, de vier rijken waaruit het leven op aarde is opgedeeld.

De anorganische elementen, zoals ijzer goud mangaan natrium kalium calcium en magnesium, zijn ook heel belangrijk voor ons leven. Alle organismes op aarde zijn opgebouwd uit organische elementen. De organische elementen zijn de bouwstenen voor het wezen.

De anorganische elementen zijn belangrijk voor het organisme om processen in gang te zetten.

Waarom zijn de chemische elementen en processen belangrijk?

In elk wezen vinden chemische processen plaatsen, zoals in alle vitale delen van het lichaam. Zoals opbouw (metabolisme)- en afbraak (katabolisme) processen en stofwisseling in het lichaam. Voorbeeld, de verbranding van glucose in een organisme om energie op te doen. De eiwitten, koolhydraten, vetten, mineralen, vitaminen en water zijn essentiële stoffen voor het lichaam van ieder organisme. Als organismen in staat zijn zelf organische stoffen te maken, worden ze autotroof genoemd. Alle bladgroen bevattende organismen (planten), cyanobacteriën en enkele bacteriesoorten hebben een autotrofe levenswijze. Deze organismen kunnen dus, met behulp van anorganische stoffen (CO2 H2O), als het ware zich zelf onderhouden. De meeste bacteriën, de niet groene planten en niet groene protisten, schimmels, dieren en mensen moeten niet alleen anorganische, maar ook organische stoffen op nemen. Ze zijn hetrotroof, Dit wil zeggen ze zijn niet in staat om uit anorganische stoffen organische verbindingen te maken. Zo kan men bij een geranium volstaan met water en af en toe plantenmest terwijl bijvoorbeeld een kanarie behalve anorganische stoffen ook beslist organisch voedsel(groente) nodig heeft. De autotrofeautotrofe organismen een onderscheidt gemaakt in foto-autotrofe en chemo-autotrofe organismen. Bij de foto-autotrofe organismen is de energiebron voor de koolstofassimilatie het licht. Men spreekt daarom meestal over fotosynthese C6H12O6 + 6O2 => 6H2O+ 6CO2. Chemo-autotrofe organismen benutten als energiebron voor de koolstofassimilatie de energie die vrijkomt bij de oxidatie van anorganische verbindingen. Men spreekt daarom meestal over chemosynthese. Terwijl de bladgroen bevattende planten alle fotoautotroof zijn, komt bij bacteriën zowel het verschijnsel fotosynthese als chemosynthese voor. Organisch voedsel bestaat uit voedingstoffen waarvan de moleculen in het algemeen te groot zijn om direct in het cytoplasma van de cellen te kunnen worden op genomen. Deze stoffen moeten daarom eerst worden verteerd, dit wil zeggen dat ze met behulp van enzymen worden gesplitst in hun bouwstenen.     

Algemene Chemie:

Met algemene chemie word bedoelt de algemene eigenschappen van chemische stoffen, waarvan onderscheiden wij chemische stoffen van elkaar. Elke stof heeft zijn eigen eigenschappen. De stoffen zijn onder verdeelt in Alkali metalen Lithium, Natrium, Kalium, Kalium, Rubium, Cesium en Francium. Dit zijn zijn glimmende zachte metalen en reageren heel heftig met Water. Ze zijn nooit te vinden in pure vast stoffen altijd in combinatie met andere stoffen. Dan heb je nog de Alkaline Metalen Beryllium, Magnesium, Calcium, Strontium, Barium en Radium. Dit zijn zacht zilverige metalen maar reageren minder heftig als de alkali metalen. Deze stoffen zijn even eens niet in vast pure vorm te vinden op aarde maar in combinatie met andere stoffen. Dan zijn er nog Halogenen Fluoride, Chloride, Bromide, Jodide, Astanide. Dit zijn kleurvolle corrosieve niet metalen.Deze stoffen zijn alleen te vinden in de natuur in combinatie met andere stoffen. Ze zijn de negatieve bestandsdelen in een zout. Dan zijn er nog Edelgassen Helium, Neon, Argon, Krypton Xenon en Radon.Dit zijn gassen die nauwelijks reacties te weeg brengen. Dus ze zijn niet goed te combineren met andere stoffen. Je kunt het periodieke systeem onderverdelen in Metalen, niet metalen en halfmetalen. Metalen zijn allemaal vast bij kamertemperatuur en de meeste hebben een zilverkleurige kleur.Ze zijn heel stevig gevormd en nemen goed elektriciteit en warmte op. De niet metalen zijn slechte geleiders en de meeste zijn gassen. hier onder vallen de edelgassen en halogenen. De Half metalen zijn zilverkleurig en vast bij kamertemperatuur en zijn slechte geleiders van elektriciteit en warmte.

Specifieke Chemie:

In de chemie draait alles om chemische bindingen en die zijn allemaal specifiek. Zo heb je de Metaal, ion, Molecuul en atoombindingen. Een Metaal binding is een sterke binding tussen metaal atomen, zoals een ijzeren staaf of stalenbalk. Een ion-binding is een sterke binding tussen een niet-metaal en een metaal ion, deze worden ook wel zouten genoemd. Een molecuul-binding is een zwakke binding tussen twee verschillende atomen zoals bij koolwaterstoffen ( C6H12O6). Een atoombinding is een hele sterke binding tussen twee de zelfde atomen zoals O2.  Dan heb je ook nog de waterstofbruggen die O-H en N-H bindingen zeer sterk maken. Dit komt voor in water en daarom heeft water een behoorlijke grote dichtheid voor zo'n klein molecuul.