Scheikunde of (Romaans) chemie
is een natuurwetenschap die zich richt op de studie van samenstelling
en bouw van stoffen, de chemische veranderingen die plaatsvinden onder
bepaalde omstandigheden, en de wetmatigheden die daaruit te destilleren
zijn.
Chemie is sterk verwant met de natuurkunde of fysica. De tak van wetenschap die beide verbindt is de fysische chemie. Ook met andere natuurwetenschappen zijn aan het grensvlak nieuwe disciplines ontstaan zoals de biochemie en geochemie.
Wat doet chemie met ons leven?
Chemie speelt een belangrijke rol op aarde. De aarde
bestaat uit organische en anorganische elementen.
Bij organische
elementen moet men denken aan veel voorkomende elementen, zoals
koolstofstructuren. Deze stoffen
zijn essentieel voor dieren, planten bacteriën en schimmels, de vier
rijken waaruit het leven op aarde is opgedeeld.
De anorganische
elementen, zoals ijzer goud mangaan natrium kalium calcium en magnesium,
zijn ook heel belangrijk voor ons leven. Alle organismes op aarde zijn
opgebouwd uit organische elementen. De
organische elementen zijn de bouwstenen voor het wezen.
De anorganische
elementen zijn belangrijk voor het organisme om processen in gang te
zetten.
Waarom zijn de chemische elementen en processen belangrijk?
In elk wezen vinden chemische processen plaatsen, zoals in alle vitale
delen van het lichaam. Zoals opbouw (metabolisme)- en afbraak (katabolisme)
processen en stofwisseling in het lichaam. Voorbeeld, de verbranding van
glucose in een organisme om energie op te doen. De eiwitten, koolhydraten,
vetten, mineralen, vitaminen en water zijn essentiële stoffen voor het lichaam van
ieder organisme. Als organismen in staat zijn zelf organische stoffen te
maken, worden ze autotroof genoemd. Alle bladgroen bevattende
organismen (planten),
cyanobacteriën en enkele bacteriesoorten hebben een autotrofe
levenswijze. Deze organismen kunnen dus, met behulp van anorganische
stoffen (CO2 H2O), als het ware zich zelf onderhouden. De meeste bacteriën,
de niet groene planten en niet groene protisten, schimmels, dieren en
mensen moeten niet alleen anorganische, maar ook organische stoffen op
nemen. Ze zijn hetrotroof, Dit wil zeggen ze zijn niet in staat om
uit anorganische stoffen organische verbindingen te maken. Zo kan men bij
een geranium volstaan met water en af en toe plantenmest terwijl
bijvoorbeeld een kanarie behalve anorganische stoffen ook beslist
organisch voedsel(groente) nodig heeft. De autotrofeautotrofe organismen een
onderscheidt gemaakt in foto-autotrofe en chemo-autotrofe organismen.
Bij de foto-autotrofe organismen is de energiebron voor de
koolstofassimilatie het licht. Men spreekt daarom meestal over fotosynthese
C6H12O6 + 6O2 => 6H2O+
6CO2. Chemo-autotrofe organismen benutten
als energiebron voor de koolstofassimilatie de energie die vrijkomt bij de
oxidatie van anorganische verbindingen. Men spreekt daarom meestal over chemosynthese.
Terwijl de bladgroen bevattende planten alle fotoautotroof zijn,
komt bij bacteriën zowel het verschijnsel fotosynthese als chemosynthese
voor. Organisch voedsel bestaat uit voedingstoffen waarvan de
moleculen in het algemeen te groot zijn om direct in het cytoplasma van de
cellen te kunnen worden op genomen. Deze stoffen moeten daarom eerst
worden verteerd, dit wil zeggen dat ze met behulp van enzymen worden
gesplitst in hun bouwstenen.
Algemene Chemie:
Met algemene chemie word bedoelt de algemene eigenschappen van
chemische stoffen, waarvan onderscheiden wij chemische stoffen van elkaar.
Elke stof heeft zijn eigen eigenschappen. De stoffen zijn onder verdeelt
in Alkali metalen Lithium, Natrium, Kalium, Kalium, Rubium, Cesium
en Francium. Dit zijn zijn glimmende zachte metalen en reageren heel
heftig met Water. Ze zijn nooit te vinden in pure vast stoffen altijd in
combinatie met andere stoffen. Dan heb je nog de Alkaline Metalen Beryllium,
Magnesium, Calcium, Strontium, Barium en Radium. Dit zijn zacht zilverige
metalen maar reageren minder heftig als de alkali metalen. Deze stoffen
zijn even eens niet in vast pure vorm te vinden op aarde maar in
combinatie met andere stoffen. Dan zijn er nog Halogenen Fluoride,
Chloride, Bromide, Jodide, Astanide. Dit zijn kleurvolle corrosieve niet
metalen.Deze stoffen zijn alleen te vinden in de natuur in combinatie met
andere stoffen. Ze zijn de negatieve bestandsdelen in een zout. Dan zijn
er nog Edelgassen Helium, Neon, Argon, Krypton Xenon en Radon.Dit
zijn gassen die nauwelijks reacties te weeg brengen. Dus ze zijn niet goed
te combineren met andere stoffen. Je kunt het periodieke systeem
onderverdelen in Metalen, niet metalen en halfmetalen. Metalen
zijn allemaal vast bij kamertemperatuur en de meeste hebben een
zilverkleurige kleur.Ze zijn heel stevig gevormd en nemen goed elektriciteit
en warmte op. De niet metalen zijn slechte geleiders en de meeste zijn gassen. hier onder vallen de edelgassen en halogenen. De Half
metalen zijn zilverkleurig en vast bij kamertemperatuur en zijn
slechte geleiders van elektriciteit en warmte.
Specifieke Chemie:
In de chemie draait alles om chemische bindingen en die zijn allemaal
specifiek. Zo heb je de Metaal, ion, Molecuul en atoombindingen.
Een Metaal binding is een sterke binding tussen metaal atomen,
zoals een ijzeren staaf of stalenbalk. Een ion-binding is een sterke
binding tussen een niet-metaal en een metaal ion, deze worden ook wel
zouten genoemd. Een molecuul-binding is een zwakke binding tussen
twee verschillende atomen zoals bij koolwaterstoffen ( C6H12O6). Een atoombinding
is een hele sterke binding tussen twee de zelfde atomen zoals O2.
Dan heb je ook nog de waterstofbruggen die O-H en N-H bindingen zeer sterk
maken. Dit komt voor in water en daarom heeft water een behoorlijke grote
dichtheid voor zo'n klein molecuul.
|